Door knieën voor pantoffels en hoge hakken
Schoenmakerij Huisman in Huissen is nog steeds een zaak voor het hele gezin. Ook al is de behoefte van de klant sinds 1925 wel erg veranderd.
Een piramide van karton maakt ieder stukje muur onzichtbaar. Het smalle gangpad is tot de nok toe gevuld met schoenendozen. In de bergruimte van schoenenzaak Huisman in Huissen hangt het aureool van rubber, leer en schoenpoets. Liefst 84 jaar verkoopt de familie Huisman schoenen in het Huissense centrum. Theo Huisman was in 1925 de eerste. Aan de Helmichstraat bezat hij een schoenenwinkel met aanpalende schoenmakerij. Zijn zoon Cees Huisman (80) zwaait anno 2009 nog steeds de scepter in de Huissense schoenenzaak.
Cees zegt over zijn vader: "Niet praten maar werken. Zo was hij. Een man van weinig woorden. Dat hij schoenmaker zou worden, was al vrij snel duidelijk. Mijn vader had namelijk een heupafwijking. In die jaren kwam je dan maar in aanmerking voor twee beroepen: kleer- of schoenmaker. Zittende beroepen waarbij zijn handicap geen belemmering was. Mijn vader koos voor de tweede optie. Hij genoot zijn opleiding als schoenmaker in Laren."
In 1945 werd de schoenenwinkel gebombardeerd. Van het pand was alleen nog puin over. Theo Huisman dook met zijn gezin onder bij zijn voormalige leermeester in Laren. Om toch brood op de plank te krijgen, bleef hij in de oorlog bijklussen als schoenmaker. Na de oorlog verhuisde het gezin terug naar Huissen. Daar werkte de schoenmaker vijf jaar vanuit een noodwinkel. Daarna kwam de overstap naar het nieuwe pand aan de Vierakkerstraat.
Zelf kwam zoon Cees op zijn vijftiende in het bedrijf werken. Theo's andere zeven kinderen hadden geen behoefte om schoenmaker te worden. Voor Cees lag dat anders. Hij was altijd al in de winkel te vinden om schoenen uit elkaar te halen. Toen zijn vader hem vroeg om in het bedrijf te komen werken, had Cees zijn antwoord al klaar.
"Mijn vader had mijn 'ja' al verwacht. De benodigde extra gereedschappen waren zelfs al besteld. Eerst volgde er nog een hele rits diploma's die ik moest behalen. Zoals bijvoorbeeld het kousen- en sokkenbrevet en mijn middenstandsdiploma. Na de oorlog hadden we slechts twee merken: Swift en Robinson. Die modellen kwamen rechtstreeks van een fabriek in Nijmegen."De schoenmakerij was toen een echte gezinszaak. "Van kinderschoenen tot rubberlaarzen. We bedienden het hele segment. Doen we nog steeds trouwens. Die formule is onveranderd gebleven." Wat volgens Cees wel verandert, is de behoefte van de klant. "Vroeger bestond de Huissense bevolking uit boeren en tuinders. Die hadden qua schoeisel niet veel eisen. Dat ligt nu natuurlijk anders. Je kunt de schoenenbranche vergelijken met de modebusiness. Om je kop boven water te houden, moet je met de trends meegaan. Met winkelsteden als Arnhem en Nijmegen binnen handbereik is onderscheiden het devies. Vroeger ging ik in de stad lekker op het terras zitten om naar de schoenen van passanten te kijken. Hetzelfde deed ik op het schoolplein van mijn kinderen. Op die manier keek ik wat de trends waren. Tegenwoordig bezoeken we beurzen om op de hoogte te blijven." De schoenmakerij is er niet meer. "Op speciaal verzoek wil ik nog wel eens een reparatie uitvoeren. Een beetje sleutelen vind ik nog wel leuk." De derde generatie kwam in 1984 in het bedrijf. Cees' zoon Theo (43) werd op 18-jarige leeftijd mede-eigenaar. Hij zag een groeimarkt in sportartikelen. Vandaar dat de zaak in 1986 werd uitgebreid. Tegenover de schoenenzaak huist nu een 700 vierkante meter tellende sportwinkel. "Huissen was groeiende. Er kwamen steeds meer jonge gezinnen wonen. Ook de sportverenigingen namen toe", legt Theo uit. "Voetbalclubs als RKHVV en Jonge Kracht komen hier al jaren hun clubtenue en kicksen halen. We begonnen met 120 vierkante meter winkeloppervlak. Dat is in de loop der jaren alleen maar gegroeid."
Cees Huisman ziet er op zijn tachtigste nog kwiek uit. Zes dagen per week is hij in zijn winkel te vinden. Aan stoppen denkt hij voorlopig niet. "Dit vak is veel te leuk. Van 's morgens vroeg tot laat in de avond ben ik hier te vinden. Even een praatje maken met de mensen. Wat heb ik er aan om alleen op mijn kamer te zitten? De service is door de jaren heen onze grootste kwaliteit gebleken. We gaan voor iedere klant door de knieën. Even helpen met passen. Zo deden we dat vroeger en zo doen we het nu nog steeds." |